De
evacuatie begint, aldus een getuige, als zieken en oude van dagen uit
het Diaconessen- ziekenhuis op “open platte wagens” worden
afgevoerd. Arnhem stroomt leeg. Maar op de Geitenkamp, waar dan zo'n
8000 mensen wonen, verdommen er zo’n negenhonderd te vertrekken. Ze
krijgen al snel de naam “samen te werken met de moffen”.
“Een
schandelijke versimpeling van de realiteit” zegt de inmiddels
overleden Arnhemse stadsarchivaris P. Iddekinge hierover. H. Welling,
die de voedselvoorziening op de Geitenkamp verzorgde, is het hier- mee
eens. Op de vraag “waarom zijn jelui niet geëvacueerd?” antwoordt
hij dat “de Engelsen en onze eigen uitgeweken regering” erop
aandrongen te blijven waar men was. Een evacuatie zou een stoet mensen
veroorzaken die de bevrijders alleen maar voor de voeten zou lopen.
Bovendien liepen evacués het risico “voor de operaties uitgedreven te
worden”; en dan wist je maar nooit waar je terecht kwam. Er
waren al eens eerder groepen Nederlanders in België beland. Er was
volgens hem zelfs “een zekere moed voor nodig om op de Geitenkamp te
blijven” omdat 'achterblijvers zouden worden doodgeschoten'.” En
heulen met de Duitsers? Niet bepaald. De achter- blijvers zetten een
Technische Nooddienst (TN) op die de bezetters helpt bij branden
blussen, puinrui- men en opknappen van technische klusjes. Deze
werkzaamheden worden echter op grote schaal gesaboteerd, omdat de TN
zich verzet tegen 'elke vrijwillige arbeid ten bate van de Duitsche
Wehrmacht.” Waar de TN zich wél met hart en ziel in voor inzet is
hulp geven aan evacués, uit bijvoorbeeld Huissen en Elden.
De
Duitsers vertrouwen de Geitenkampers dan ook voor geen meter. Daarom
worden er in december 1944 een razzia gehouden en worden 34 mannen
afgevoerd naar de school op Onder de Linden in Klarendal. En in februari
wordt de TN zozeer van ondergrondse prak- tijken verdacht, dat alle
leden enkele dagen achter slot en grendel terecht komen. Dit betekent
het einde van de TN.
Dwangarbeiders
Is de Geitenkamp één
haard van verzet? Nee. Dat niet. Er zitten wat "twijfelachtige
figuren in de Technische Nooddienst", geeft Welling toe, en er zijn
veel NSB'ers - die de leiding hebben in de Geitenkampse woongemeenschap.
Bovendien melden bepaalde Geitenkampers zich bij de bezetters om als
vrijwilligers in de loopgraven te werken. Dit betekent niet dat ze
allemaal op de hand van de Duitsers zijn. Velen kiezen hiervoor om zo
hun geëvacueerde
gezinsleden naar de Geitenkamp te kunnen laten terugkeren. Er is
trouwens nog een groep bewoners in de wijk gehuisvest: dwangarbeiders.
De Duitsers hebben hen uit heel Nederland geplukt om de Duitse linies
bij de Rijn en IJssel te versterken. Als beloning kunnen ze hun gezinnen
meenemen.
Het
totaal aantal bewoners loopt zo op tot 3400. Dat is meer dan de 3000 die
de Duitsers als grens heb- ben gesteld. Deze 'overbevolking' veroorzaakt
een voedseltekort. H. Boekhorst, die naar Apeldoorn is geëvacueerd,
gelooft er geen snars van. Hij schrijft, “Er wordt beweerd dat de
voedselpositie van de Geitenkamp gevaar loopt, maar de bewoners van de
Geitenkamp zijn toch Hitlers vrienden?” Het illustreert maar hoe er
over de Geitenkamp wordt gedacht.
De
realiteit is anders. Om het aanwezige voedsel eerlijk te kunnen
verdelen, wordt er flink met distributiekaarten gerommeld.
Welling
heeft er zelfs een forse aanvaring met agent Sonderop voor over, als
deze van hem eist spijsolie in plaats van kaas af te staan. Dergelijke
weerstand kan het vertekende beeld dat de buitenwereld van de Geitenkamp
heeft niet uitwissen.
Foto s: Siem
Presser