"Er was geen feest, alleen stilte"
 
Z
estig jaar geleden, op 14 apri11945, werd Arnhem bevrijd. Ook de Geitenkamp, de enige wijk in Arnhem waar nog mensen woonden. De wijk was een soort kamp, omgeven door prikkeldraad. Er woonden een paar duizend dwangarbeiders naast zo'n 900 Geitenkampers, die er met de evacuatie van Arnhem waren gebleven. Na de oorlog werden deze Geitenkampers beschuldigd van collaboratie (samenwerking) met de Duitsers. Dat blijkt een schandelijke verdraaiing van de feiten.

De evacuatie begint, aldus een getuige, als zieken en oude van dagen uit het Diaconessen- ziekenhuis op “open platte wagens” worden afgevoerd. Arnhem stroomt leeg. Maar op de Geitenkamp, waar dan zo'n 8000 mensen wonen, verdommen er zo’n negenhonderd te vertrekken. Ze krijgen al snel de naam “samen te werken met de moffen”.

“Een schandelijke versimpeling van de realiteit” zegt de inmiddels overleden Arnhemse stadsarchivaris P. Iddekinge hierover. H. Welling, die de voedselvoorziening op de Geitenkamp verzorgde, is het hier- mee eens. Op de vraag “waarom zijn jelui niet geëvacueerd?” antwoordt hij dat “de Engelsen en onze eigen uitgeweken regering” erop aandrongen te blijven waar men was. Een evacuatie zou een stoet mensen veroorzaken die de bevrijders alleen maar voor de voeten zou lopen. Bovendien liepen evacués het risico “voor de operaties uitgedreven te worden”; en dan wist je maar nooit waar je terecht kwam.  Er waren al eens eerder groepen Nederlanders in België beland. Er was volgens hem zelfs “een zekere moed voor nodig om op de Geitenkamp te blijven” omdat 'achterblijvers zouden worden doodgeschoten'.” En heulen met de Duitsers? Niet bepaald. De achter- blijvers zetten een Technische Nooddienst (TN) op die de bezetters helpt bij branden blussen, puinrui- men en opknappen van technische klusjes. Deze werkzaamheden worden echter op grote schaal gesaboteerd, omdat de TN zich verzet tegen 'elke vrijwillige arbeid ten bate van de Duitsche Wehrmacht.” Waar de TN zich wél met hart en ziel in voor inzet is hulp geven aan evacués, uit bijvoorbeeld Huissen en Elden.

De Duitsers vertrouwen de Geitenkampers dan ook voor geen meter. Daarom worden er in december 1944 een razzia gehouden en worden 34 mannen afgevoerd naar de school op Onder de Linden in Klarendal. En in februari wordt de TN zozeer van ondergrondse prak- tijken verdacht, dat alle leden enkele dagen achter slot en grendel terecht komen. Dit betekent het einde van de TN.

 

Dwangarbeiders
Is de Geitenkamp
één haard van verzet? Nee. Dat niet. Er zitten wat "twijfelachtige figuren in de Technische Nooddienst", geeft Welling toe, en er zijn veel NSB'ers - die de leiding hebben in de Geitenkampse woongemeenschap. Bovendien melden bepaalde Geitenkampers zich bij de bezetters om als vrijwilligers in de loopgraven te werken. Dit betekent niet dat ze allemaal op de hand van de Duitsers zijn. Velen kiezen hiervoor om zo hun geëvacueerde gezinsleden naar de Geitenkamp te kunnen laten terugkeren. Er is trouwens nog een groep bewoners in de wijk gehuisvest: dwangarbeiders. De Duitsers hebben hen uit heel Nederland geplukt om de Duitse linies bij de Rijn en IJssel te versterken. Als beloning kunnen ze hun gezinnen meenemen.  

 

Het totaal aantal bewoners loopt zo op tot 3400. Dat is meer dan de 3000 die de Duitsers als grens heb- ben gesteld. Deze 'overbevolking' veroorzaakt een voedseltekort. H. Boekhorst, die naar Apeldoorn is geëvacueerd, gelooft er geen snars van. Hij schrijft, “Er wordt beweerd dat de voedselpositie van de Geitenkamp gevaar loopt, maar de bewoners van de Geitenkamp zijn toch Hitlers vrienden?” Het illustreert maar hoe er over de Geitenkamp wordt gedacht.

De realiteit is anders. Om het aanwezige voedsel eerlijk te kunnen verdelen, wordt er flink met distributiekaarten gerommeld. Welling heeft er zelfs een forse aanvaring met agent Sonderop voor over, als deze van hem eist spijsolie in plaats van kaas af te staan. Dergelijke weerstand kan het vertekende beeld dat de buitenwereld van de Geitenkamp heeft niet uitwissen.  


Foto s: Siem Presser

 

Gajes  
De sfeer in de wijk is gespannen. Met name tussen 'blijvers' en NSB'ers. Welling spreekt over het “afglijden van sommige personen”. Daarmee doelt hij niet in het bijzon- der op bewoners van de Geitenkamp “maar nog meer mensen die van buitenaf naar Arnhem waren gekomen om aldaar gedwongen te komen werken.” Heisser, lid van de TN, spreekt in dit verband over “toe- loop van allerlei gajes”. “Gajes dat bereid is voor de Duitsers te werken en van de gelegenheid gebruik maakt om in de stad te roven.” Want dat gebeurt op grote schaal.  

Aanvankelijk gaat het nog om levensmiddelen, later worden complete inboedels geroofd, die met wagens en bakfietsen worden vervoerd. “Wie zich ’s avonds aan de Velperweg posteerde”, aldus ene Generaal Reinders, “kon avond aan avond drommen menschen met hoog opgeladen vervoer middelen zien gaan.” Welling zegt daarover: “De geweldige diefstal is een schande voor ons volk. Maar men verwijte dit niet in de eerste plaats aan de Geitenkamp bewoners, zoals maar al te veel gedaan wordt."

Slachtoffers
Intussen gaat het oorlogsgeweld niet aan de wijk voorbij. Er vliegen VI- raketten over, er is artillerievuur, er vallen slachtoffers- die worden begraven in een plantsoen bij de Schippersschool. En tijdens de bevrijding begin april vallen er ook doden, ondanks de waarschuwing op pamfletten, die de Engelsen dertien uur voor de bombardementen boven de Geitenkamp uitwerpen.  

 

Ooggetuige Jan Kramer, destijds bewoners van de Beukenlaan, vertelde in de Arnhemsche Courant: “Een onophoudelijk granaatvuur kwam op de Geitenkamp terecht. In kelders en schuilplaatsen vielen doden. Een van hen was mijn jonge oom. Zijn armen en benen waren afgerukt.”  

Ook verhaalt hij over een man die verdwaasd en riep: “Allemaal dood. Allemaal dood. Hij wees naar de hoek van de Reestraat, waar granaten waren ingeslagen. Twee gezinnen, die op het laatste moment toch besloten hadden om te vluchten, waren daar op straat gedood. Ze waren in stukken gereten; een brede stroom bloed liep over de stoep in de goot.”  En zo zijn er meer verhalen.  

 

Op 14 april wordt de Geitenkamp bevrijd. De ellende, doden en gewonden zetten een domper op de feestvreugde. Kramer: “Er was geen feest, alleen stilte.” En Boekhorst. “Om half zeven vanochtend zijn we bevrijd. Wat hebben we gehuild.”